ZAAL HOOGENKAMP

De gildeoverheid heeft drie aanbiedingen om het gilde te huisvesten. De vergadering behan­deld deze in de vergadering van 8 augustus 1956.

Voor de aanvang van de bespreking over het nieuwe gildehuis vraagt van den Akker toestem­ming om voor deze laatste keer het drankverbod tijdens de vergadering op te heffen zodat hij een rondje kan aanbieden.

De vergadering geeft hiervoor "permissie" en de gildebroeders brengen een heildronk uit op de goede toekomst van het café, de jarenlange goede ver­standhouding met het gilde en de gezondheid van de kastelein.

De kastelein dankte het gilde in ruime be­woordingen en zei onder andere:


"Dat hij te alle tijden zich zal blijven interesseren en op de bres zal staan zoo lang hij leeft en wenst het gilde het aller beste toe".

 

Na een dankwoord van de voorzitter voor de goede zorgen aan het gilde betoond gaat men over tot bespreking van het nieuwe gildehuis.

De drie ingekomen aanbiedingen zijn van de kasteleins Coolen, van Buul en van den Eijnden.


Een café is een beetje klein,  

 

"en is zelf ook niet van ons geloof, wat natuurlijk niet samen gaat, dus verworpen"

 

Een café is groot genoeg,

 

" maar ja, daar zitten ook weer ha­ken en oogen aan, wat door de ver­gadering niet op prijs gesteld werd".

 

Wat die "haken en oogen" inhielden ver­melden de notulen helaas niet.


Zo blijft er nog één café over.

Het is café "Hoogenkamp” aan de Aalsterweg.

De kastelein H. van den Eijnden, die lid van het gilde is, heeft in het café een voor het gilde ge­schikte zaal. Een dergelijk repetitieruimte werd al enige tijd gezocht vanwege de groei van de kopgroep van het gilde, met tam­boers, bazuinblazers- en vendeliers maar ook vanwege de hoog­te van de zaal.

Hier werd de mogelijkheid geboden om, als het weer slecht zou zijn, binnen te vendelen.

De vergadering besluit in principe het café als nieuw gildehuis te aanvaarden, maar er moeten nog wel wat goede afspraken gemaakt worden over het gebruik van de zaal en regels voor de jeugd onder 18 jaar wat betreft het drankgebruik.

Zij mochten van de Overheid geen gebruik maken van de bar en ook niet door de kastelein verplicht worden tot consumptiegebruik op repetitietijden.

De gildeoverheid krijgt van de vergadering toestemming om met van den Eijnden te onderhandelen over die voor­waarden en nadat er over­eenstemming was bereikt kon de eerste vergadering plaats vinden in september 1956.

Maar de vreugde is niet van al te lange duur, al halverwege het volgende jaar is het gilde niet meer tevreden over het gildehuis, het gilde voelt er zich niet "thuis”. Er is geen goede ruimte om de kostbare gildeattributen op te bergen en repeteren voor tamboers, bazuinblazers- en vendeliers was soms weken achter elkaar niet moge­lijk.

De animo voor het gilde verdwijnt bij de jeugd en met regelmaat komen de bedankjes voor het lidmaatschap binnen. Ook de leden hebben het niet naar hun zin. De vergaderingen moes­ten in de keuken van het woonhuis gehouden worden omdat de grote zaal te koud was.


 

Een drankje is erg moeilijk te krijgen in de keuken en de ober komt pas na herhaalde malen vragen de bestelling opnemen en zelfs daarna moest je maar afwachten of- en wanneer het bestelde werd gebracht, de vergadering vraagt van den Eijnden hieraan iets te doen.

Dat lukt in de twee komende jaren niet echt totdat van den Eijnden met een goede oplossing lijkt te komen.

Buiten, achter het café is, nog een kleine open ruim­te en van den Eijnden stelt deze ter beschikking aan het gilde om er een attributenlokaal te bouwen.

Een houten schaftkeet van ongeveer 2 x 1,75 meter wordt ter beschikking gesteld door gildebroeder Jan Heinst (foto onder), enkele gildebroeders bouwen de keet binnen een maand op en het attributen-lokaal kan in gebruik worden genomen. 


Dan blijft het lang rustig (althans in de notulen) totdat er in de vergadering van januari 1963 ge­klaagd wordt:

 

"het attributenlokaal wordt door tim­merlieden als schaftlokaal ge­bruikt”.

 

En dat niet alleen: de deuren staan dikwijls open (geforceerd), de keet wordt vochtiger en vochtiger.

In mei 1964 gaan de materialen terug naar de gildekamer, naar de garderobe van de zaal, een ruimte die ook niet blijkt te voldoen. De deur kan niet op slot en andere zaken, niet van het gilde zijnde, wor­den ook in dezelfde ruim­te opgestapeld.

Voor korte tijd kan het er wel mee door, maar een goede oplos­sing is nog steeds niet voor­handen. Het gilde gaat opnieuw zoeken naar een andere huisvesting.

 

Een oplos­sing zou kunnen zijn, een eigen ruimte voor het gilde. Achter de plaats van de vervallen en in staat van ontbinding zijnde schaft­keet is nog een­ open ruimte.

Deze grond is van de Oranje Boom Bierbrouwerij, er wordt, na besprekingen met de brouwerij, een bouwtekening gemaakt en een begroting van fl. 10.000 wordt gepresenteerd.


Zwaar geschrokken van dit, voor die tijd, hoge bedrag besluit de verga­dering toch maar van de bouw­plannen af te zien. Dit zijn dusdanig hoge kosten voor het gilde dat men vreest ze niet op te kun­nen brengen met zo een drastische terug­loop van het aantal gildebroeders.


De neerwaartse spiraal zet verder door; de bedankjes van gil­debroeders- en aspirant-gildebroeders bleven binnenkomen, het gilde kon hen niet bieden van wat zij er van konden en mochten ver­wachten.

Wat het aantal actieve leden be­treft kwam het gilde op een bedenkelijk dieptepunt. Een vergadering met de op één hand te tellen aantal aanwezige gildebroeders was geen uitzondering meer. Bij het uittrekken van het gilde waren nog maar enkele gilde­broeders aanwezig, men is al blij met de aanwezigheid van een twaalftal gildebroe­ders.

En een dergelijk klein groep­je is dan weer geen stimulans voor anderen om te komen of lid van het gilde te blijven.

De overheid van het gilde beseft dat de situatie, zoals die op dat moment is, niet lang meer kan duren. Doet zij niets dan is de mogelijkheid aan­wezig dat het gilde, wegens gebrek aan gildebroeders, gaat inslapen.

Naarstig gaat men weer opzoek naar nieuwe lokaliteiten. Verschillende cafés en twee parochiehui­zen zijn bezocht, maar aan de wensen van het gilde kon om uiteenlopende redenen niet worden tegemoet gekomen of voldaan.

 
Afbeelding invoegen 
 


Afbeelding invoegen
 Foto: Eindhoven-in-beeld.nl, bijdrage: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven, jaar 1977
 
 


Afbeelding invoegen